A-Combinatie

Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelings Partij

     

 

ACTUELE ONTWIKKELINGEN

 

22 juni 2008

Opnieuw overstroming in Zuidoost Suriname  

Helaas is Zuidoost Suriname opnieuw getroffen door een watersnoodramp, die qua omvang zelfs groter dreigt te worden dan de vorige keer in 2006. Volgens Patricia Meulenhof, directeur van het ministerie van Regionale Ontwikkeling, staat het gebied staat al lange tijd onder water en sommige bewoners in het Marowijne gebied zijn al meer dan twee weken op de vlucht voor de overstroming.  Meulenhof benadrukte in een vraaggesprek met De Ware Tijd dat het water deze keer hoger is gestegen en de dorpen staan ook voor een langere periode blank dan in 2006.  Volgens haar schenken de buitenlandse media te weinig aandacht aan deze ramp.

De gevolgen voor de dorpen die lang onder water staan zijn groot. De binnenland bewoners telen voornamelijk knolgewassen en de kostgronden zijn vernietigd. Zo is bijvoorbeeld alle cassave gaan rotten. Voedselvoorziening en gezond drinkwater worden een groot probleem voor het gebied.

Inmiddels heeft het Internationaal Fonds voor Rampenbeheersing heeft US$ 133.000,- ter beschikking gesteld aan het Surinaamse Rode Kruis (SRK) als bijdrage in de hulpoperaties ten behoeve van de slachtoffers van de waterramp in het binnenland. Het aantal getroffenen wordt geschat op 6500 personen, terwijl zo'n 1300 huishoudens zwaar gehavend zijn. De Surinaamse regering heeft bijna twee miljoen SRD vrijgemaakt voor noodhulp. Helaas zijn de weersvooruitzichten niet gunstig en wordt de komende dagen nog meer regenval verwacht in het zuiden van Suriname.

De ABOP roept alle internationale organisaties op om het binnenland weer te steunen met hulpacties. Ook de media zouden meer belangstelling kunnen tonen. Als de gevolgen van de ramp beter in beeld worden gebracht bijv. door televisie reportages, dan zullen er automatisch ook meer mensen en organisaties geneigd zijn als donor op te treden om de nood te verlichten. Daarnaast zal ook deze keer weer veel aan structurele wederopbouw moeten worden gedaan, waar mogelijk op veiliger / hoger gelegen gebieden zodat de kans op herhaling gering is.

 

29 mei 2008

Goede tijden, slechte tijden ...  

Iedereen kent het bijbelse verhaal van de zeven goede jaren en de zeven magere jaren. Hoewel het te vroeg is om te constateren dat de magere jaren zijn aangebroken, maken velen in Suriname zich zorgen vanwege de hoog oplopende brandstof- en voedselprijzen. Van hoog tot laag voelt iedereen dit in de portemonnee en de minvermogenden in de samenleving worden er het hardst mee geconfronteerd. Gelukkig heeft de regering aangegeven dat zij zich bewust is van de problemen en wordt er hard aan gewerkt om het leed te verzachten. Ook de partijtop van de ABOP is zich zeer bewust van de problemen waarmee de Surinamers kampen.

Zo heeft ABOP-minister Mr. Richel Apinsa vorige week aangegeven dat er op het ministerie van TCT wordt nagedacht over een ticket-systeem in het openbaar vervoer, waardoor het mogelijk zou worden minvermogenden te ontzien door bepaalde kortingen toe te passen.  Te denken valt aan scholieren, studenten en misschien ook andere groepen die het vervoer hard nodig hebben maar geconfronteerd worden met stevige prijsstijgingen. Er zijn gevallen bekend van gezinnen waar het grootste deel van het besteedbaar inkomen opgaat aan geld voor buskaartjes. Als dan ook nog eens de prijzen van het voedsel stevig omhoog gaan, zal menigeen zijn huishoudboekje niet meer rond kunnen krijgen. Er zullen dus snel noodmaatregelen moeten komen met een hoog praktisch gehalte.

Deze regering heeft veel kritiek gekregen en mogelijk zijn er fouten gemaakt. Maar de financieel-economische basis die gelegd is door de regering, komt nu goed van pas. De regering Venetiaan-Sardjoe heeft zich steeds een goed rentmeester getoond. Dat is een positief verschil met de regering Wijdenbosch-Radhakishun, die rond 1999/2000 het land aan de rand van de financiële afgrond had gebracht. Toen was er geen cent meer over om noden van het volk te lenigen. Van zo een situatie is nu gelukkig geen sprake. In de goede jaren is de regering voorzichtig geweest met het uitgeven van de staatsmiddelen. Daardoor is er nu een zekere ruimte om de bevolking tegemoet te komen, al was het maar op tijdelijke basis. 

Ondertussen moeten we hopen dat de prijzen voor olie en voedsel straks weer normale vormen aannemen en dat de huidige problemen snel overwonnen kunnen worden. Maar de vooruitzichten zijn niet erg gunstig wat betreft bijv. de olieprijzen. Daarom zal los van de genoemde noodmaatregelen, extra hard gewerkt moeten worden aan een meer structurele versterking van de Surinaamse economie. Zoals onze voorzitter R. Brunswijk al heeft aangegeven, is het nu de hoogste tijd om in te grijpen. De regering kan niet langer dralen en moet zo snel mogelijk een coalitietop bijeen roepen om bovenstaande zaken te bespreken en zo snel mogelijk tot uitvoering over te gaan.

 

16 maart 2008

Vredesakkoord uit 1992 nog steeds van belang  

Begin maart was er aandacht vanuit de media voor het Vredesakkoord van 1992. De discussie werd geopend door de heer Soemita - destijds als minister betrokken bij het opstellen van het Vredesakkoord - met de stelling dat het Vredesakkoord alsnog uitgevoerd moet worden zoals dat toen is afgesproken. De volgende dag reageerde de President met enkele uitspraken. Zo stelde hij dat het Vredesakkoord niet bedoeld was om "overheidsbaantjes te geven aan ex-strijders". Tevens stelde de President dat het Vredesakkoord grotendeels is uitgevoerd op enkele punten na, zoals het erkennen van de grondenrechten van de binnenlandbewoners en het wettelijk regelen van het traditioneel gezag. Hiervoor zijn inmiddels commissies in het leven geroepen.

Op het eerste punt geven wij de President volkomen gelijk. Hoewel er destijds afspraken zijn gemaakt over de reintegratie van ex-strijders, zijn er zeker geen beloftes opgenomen in het Vredesakkoord dat iedere ex-strijder een baan zou krijgen in overheidsdienst. Er was eerder sprake van een inspanningsverplichting door de overheid, waarbij een deel van de ex-strijders mogelijk in overheidsdienst konden komen en een ander deel d.m.v. extra training en scholing  een baan kon vinden in het bedrijfsleven. Inmiddels zijn een beperkt aantal ex-strijders geaccommodeerd door de overheid. Op het vlak van scholing en training is helaas niet veel gedaan. Ook programma's die bedoeld waren om de ex-strijders te begeleiden op het vlak van de verwerking van oorlogstrauma's, zijn nooit serieus opgepakt door de overheid.

Dan komen we bij de tweede statement van de President. Het Vredesakkoord zou al in grote lijnen zijn uitgevoerd. Hierop valt een hoop af te dingen. Los van de op zich al belangrijke punten van het erkennen van grondenrechten, het instellen van economische zones en het beter regelen van het traditioneel gezag, zijn er in het Vredesakkoord afspraken gemaakt over de sociaal-economische ontwikkeling van het binnenland (in het kader van de nationale ontwikkeling). Zo is er in het Vredesakkoord toegezegd dat exploitatie van natuurlijke hulpbronnen alleen nog maar plaats zou vinden in nauw overleg met de binnenlandbewoners. Een deel van de revenuen hieruit voortvloeiende, zou ge-herinvesteerd worden in het binnenland. Wat is de stand van zaken op deze punten? Zijn hier al concrete en werkbare modellen voor ontwikkeld? Ook met betrekking tot herstel van infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg in het binnenland zijn ruime toezeggingen gedaan in het Vredesakkoord. Hoewel enkele knelpunten al zijn aangepakt, kunnen we ook op dit vlak stellen dat er nog een hoop moet gebeuren voordat we kunnen spreken van een integrale uitvoering van het Vredesakkoord. 

Zo zijn er veel misverstanden te noemen met betrekking tot het Vredesakkoord - voluit geheten Akkoord voor  Nationale Verzoening en Ontwikkeling. Het is tijd voor een grondige evaluatie door de Nationale Assemblee. Er zijn destijds wettelijk geldige beloftes gedaan aan de Surinamers in het algemeen en aan de binnenlandbewoners in het bijzonder. De ABOP is er een groot voorstander van om het Vredesakkoord integraal uit te voeren. Wij zouden ervoor willen pleiten dat de regering hiervoor een speciale taskforce in het leven roept, met sterke uitvoerende bevoegdheden.

 

 

24 december 2007

Saramaccaners winnen grondenrechten case  

Het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten heeft in december 2007 een belangrijke uitspraak gedaan in een zaak die was aangespannen door de Vereniging van Saramaccaanse Gezagsdragers (VSG). 

De staat is veroordeeld tot het demarqueren en afbakenen van het traditionele leefgebied van de Saramaccaners in het Boven Surinamegebied. Het afbakenen moet binnen drie maanden voltooid zijn. Ook dient de rechtspositie van de stam te worden geregeld aan de hand van de mensenrechtenconventie van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Daarnaast moet de staat de Saramaccaners 600.000 USD betalen aan schadevergoeding voor het onterecht verstrekken van houtkap vergunningen aan buitenstaanders. VSG-woordvoerder Hugo Jabini reageerde verheugd op het vonnis. 

De ABOP volgt deze ontwikkeling met grote interesse. Als sinds 1996 is de kwestie van de grondenrechten van de binnenlandbewoners (marrons en inheemsen) één van onze hoofdpunten (zie ook in ons programma, onder de button Visie ABOP). In het Vredesakkoord van 1992 zijn al belangrijke richtlijnen opgesteld waarmee een oplossing gezocht kan worden voor deze gecompliceerde kwestie. 

Het Vredesakkoord zoekt de oplossing voor het grondenrechten vraagstuk in het aanwijzen van economische zones voor de oorspronkelijke bewoners. De daadwerkelijke uitvoering van het Vredesakkoord door de opeenvolgende regeringen heeft altijd op een veel te laag pitje gestaan. Het vonnis van de afgelopen week maakt duidelijk, dat daarmee niet langer getalmd kan worden. 

 

15 december 2007

Betreurenswaardig incident Assemblee  

Op 13 december 2007. werd de gemeenschap opgeschrikt door een betreurenswaardig incident in de Nationale Assemblee, waar op dat moment een debat plaatsvond over het grondbeheer. NDP parlementariër Rashied Doekhie was al geruime tijd provocerend bezig en uitte de meest infame beledigingen richting  DNA voorzitter Somohardjo en richting ABOP voorzitter Ronny Brunswijk. Tijdens een ingelaste pauze stormde Doekhie naar voren en sloeg de heer Somohardjo keihard in het gelaat. Een absoluut dieptepunt in de Surinaamse parlementaire geschiedenis.

Helaas voor Doekhie, had hij geen rekening gehouden met de aanwezigheid van ABOP voorzitter Ronny Brunswijk. In een fractie van een seconde had onze voorzitter - in het verleden immers een getrainde militair - de aanvaller onschadelijk gemaakt door hem bij zijn voet omhoog te trekken en vervolgens richting de aanwezige politie te duwen. Hoewel Ronny Brunswijk inmiddels zijn verontschuldigingen voor het incident heeft aangeboden aan het Surinaamse volk, is schrijver dezes van mening dat het een kwestie van legitieme zelfverdediging betreft van de zijde van de heren Somohardjo en Brunswijk. De beelden wijzen uit dat Doekhie de agressor is, die tot de orde moest worden geroepen.

Bij nadere bestudering van de beelden valt op dat Ronny Brunswijk het gevecht juist trachtte te voorkomen door zich tussen de beide kemphanen op te stellen. Pas toen de heer Doekhie in de aanval ging greep onze voorzitter in op een professionele en kordate wijze. Om een dergelijk incident in de Nationale Assemblee in de toekomst te voorkomen moet de agressor (de heer Doekhie) duidelijk verantwoordelijk worden gesteld.

 

3 december 2007

Proces decembermoorden is begonnen  

Op 30 november j.l. is het dan eindelijk begonnen: het veelbesproken mega-proces waarbij de vermeende daders van de zogenaamde "decembermoorden" van 8 december 1982 berecht zullen worden. Dat het proces na zoveel jaren dan toch van start is gegaan, is te danken aan de niet aflatende inzet van de nabestaanden en vrienden van de slachtoffers. Om de verjaring te stuiten was op 1 november 2000 een gerechtelijk vooronderzoek gestart door rechter-commissaris Albert Ramnewash. 

Gedurende de laatste jaren heeft deze zaak tot veel discussie geleid binnen de gemeenschap in Suriname en als afgeleide daarvan ook in de politieke arena. Vrijwel iedereen in Suriname is het erover eens dat de decembermoorden een ongekend groot menselijk drama zijn geweest, een drama dat diepe wonden heeft geslagen in de samenleving en dat vooral voor de nabestaanden van de vijftien slachtoffers een grote emotionele last is geweest, waarmee zij nu nog dagelijks om moeten gaan. 

Over de verdere gang van zaken is echter grote onenigheid binnen de gemeenschap. Er is een groep die van mening is dat de vermoedelijke daders amnestie zouden moeten krijgen, ook na een eventuele veroordeling door de krijgsraad. Een andere groep vindt dat het recht zijn loop moet krijgen en dat als er personen veroordeeld worden op basis van wettig en overtuigend bewijs, deze ook hun straf zullen moeten uitzitten. Opinie-polls van het afgelopen jaar gaven aan dat de verdeling tussen voor- en tegenstanders van amnestie ongeveer fifty-fifty is.

De ABOP heeft er bewust voor gekozen zich vooralsnog niet in deze discussie te mengen. Onze voorzitter Ronny Brunswijk wees er al op in de media, dat het volgens artikel 131 uit de grondwet niet toegestaan is dat politici zich bemoeien met een proces dat nog onder de rechter is. Eerst moet het proces gevoerd worden, waarbij gehoopt mag worden dat waarheidsvinding een belangrijk element zal zijn. Los van de verantwoordelijkheid voor de planning en de uitvoering van de moorden, is ook van belang dat onderzocht wordt of er eventueel sprake is van verzachtende omstandigheden voor de vermeende daders. Zo zou de rechter de continue dreiging van tegencoups in het jaar 1982 (zoals de Rambocus/Hawker coup), mogelijk kunnen ervaren als een verzachtende omstandigheid voor de daders. Waarschijnlijk komt dan ook de vraag aan de orde, in hoeverre de vijftien slachtoffers betrokken waren bij die tegencoups, of dat dit misschien slechts bij enkelen het geval was.

Wij spreken de hoop uit dat het recht op serene wijze zijn loop zal krijgen en dat het proces niet verstoord zal worden door geweld of intimidatie. Pas als alle feiten op tafel liggen en er recht is gesproken overeenkomstig de wet, kan een maatschappelijke discussie over eventuele amnestie gevoerd worden - op basis van de dan bekende feiten. Dit uiteraard alleen in het geval dat er sprake is van een veroordeling van de verdachte(n), want ook dat moet nog afgewacht worden.

 

30 september 2007

Marowijnedag in Hoogvliet  

Op vrijdag 28 september 2007 was het Marowijnedag (Maawina Dey) in Hoogvliet, een deelgemeente van de Nederlandse havenstad Rotterdam. Al sinds enige jaren is er een speciale stedenband tussen de gemeente Rotterdam en het Marowijnegebied. Met name de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet is hierin bijzonder actief en zet zich o.a. in voor onderwijsprojecten in Moengo, Albina en Wanhati. Ook wordt er samengewerkt op het vlak van burgerparticipatie, waarbij zowel Nederland als Suriname trachten te leren van elkaars werkwijze. Een belangrijke initiator van deze samenwerking is de Stichting Cottica met als voorzitter Wilfred Riebeek.

Het programma van vrijdag voorzag o.a. in een presentatie over het Galibi gebied en een film over een bezoek dat de Rotterdamse burgemeester Ivo Opstelten en de Hoogvlietse deelraad voorzitter Kees van Pelt brachten aan de kapitein en de bevolking van Wanhati. Ook de districts-commissaris van Marowijne,  Theo Sondrejoe, was de afgelopen week aanwezig in  Hoogvliet en gaf zijn visie op de samenwerking. Tevens was er een publieke discussie over de juiste werkwijze om het Marowijnegebied verder te ontwikkelen. De ABOP was vrijdagavond aanwezig in Hoogvliet met het voltallige bestuur van de afdeling Nederland en nam met belangstelling kennis van de vele positieve  initiatieven die worden genomen om de bevolking van het Marowijnegebied te ondersteunen met projecten. Uitgangspunt is daarbij steeds dat de bevolking in het Marowijnegebied zélf moet aangeven waar de belangrijkste behoeftes zijn voor ondersteuning vanuit Nederland.

De ABOP vindt dergelijke initiatieven vanuit Nederland zeer positief. In het bijzonder willen wij de inzet prijzen van in Nederland woonachtige marrons zoals Wilfred Riebeek, Kensley Vrede en ook vele anderen, die zich met hart en ziel inzetten om de ontwikkeling van hun geboortestreek daar waar mogelijk te ondersteunen. Dit vinden wij een goede zaak en we hopen dat de samenwerking van het Marowijnegebied met de gemeente Rotterdam / Hoogvliet de komende jaren  verder uitgebreid kan worden, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan het renoveren van schoolgebouwen in het binnenland en het gezamenlijk ontwikkelen van modern lesmateriaal.

 

21 augustus 2007

Frauduleuze praktijken!

Suriname werd in 2007 opgeschrikt door berichten over fraude op verschillende ministeries. De fraude kwam aan het licht op het ministerie van Financiën na een controle (steeksproefgewijs) op ingeleverde bestelbonnen door de accountantsdienst CLAD. De fraude betreft met name de ministeries van Onderwijs en ROGB en loopt inmiddels al op tot maar liefst 5,5 miljoen SRD. In een eerste reactie gaf ABOP-voorzitter Ronny Brunswijk aan dat hij zeer benieuwd is naar de mening van de coalitiegenoten over deze affaire, aangezien zij onlangs het aftreden hadden geëist van een ABOP-minister n.a.v. een geconstateerde onregelmatigheid met bestelbonnen door haar ambtenaren, een zaak die veel kleiner van omvang was dan de huidige fraude. Brunswijk is benieuwd of de coalitiegenoten een consequente houding aan zullen nemen. 

Het is schokkend om te constateren dat door een eenvoudige steekproef al zo'n omvangrijke fraude aan het licht komt. We vragen ons af hoeveel fraude er naar boven komt als alle bestelbonnen gecontroleerd worden! Het meest opvallend is eigenlijk de kinderlijke eenvoud waarmee de fraude gepleegd werd: bestelbonnen van 392 SRD werden met behulp van een beetje Typex gewijzigd in 392.000 SRD en kennelijk was  niemand op de boekhouding alert op de uitbetaling van dergelijke hoge bedragen. Het netwerk van betrapte fraudeurs telt inmiddels zo'n 20 deelnemers waaronder ambtenaren, maar ook leveranciers en aannemers zaten in het complot. Dit roept vragen op over de betrouwbaarheid van het hele betalingsproces bij de overheid en daarvoor is de minister van Financiën eindverantwoordelijk. De vraag kan dus wel degelijk gesteld worden, wat minister Hildenberg de afgelopen jaren gedaan heeft om een dergelijke gang van zaken te voorkomen.

Ook in een onlangs verschenen rapport van de Wereldbank (World Governance Indicators 1996 - 2006) kreeg Suriname een slechte score op het vlak van corruptiebestrijding. De ABOP is van mening dat het van het allergrootste belang is, dat de regering grip krijgt op het fenomeen van corruptie en fraude. Dat kan alleen als de interne controles aangescherpt worden en de schuldigen van fraude hard aangepakt worden. Daarnaast moet gekeken worden naar een hervorming van de overheid. 

Zoals in ons partijprogramma betoogd wordt, zijn er in Suriname zeer veel ambtenaren werkzaam die over het algemeen een bescheiden salaris ontvangen. Het zou beter zijn om te streven naar een wat kleinere (maar efficiëntere) overheid, waar ambtenaren beter betaald worden en daardoor ook minder snel in verleiding komen om frauduleuze handelingen te plegen. Echter, dit hervormingsproces kan alleen slagen als de overheid zich eerst ontdoet van kwaadwillenden die misbruik maken van hun positie om het volk te beroven. 

 

2 juli 2007

China of Taiwan?

In de zomer van 2007 was er een stevige discussie gaande in Suriname over de voorgenomen reis van een delegatie van politici en zakenmensen naar Taiwan. De reis wordt georganiseerd door de Surinaams-Taiwanese Vriendschapsvereniging en in de Surinaamse delegatie bevinden zich politici van zowel de oppositie als de coalitie. Aangezien de Surinaamse regering officieel een One China beleid uitdraagt (wat inhoudt dat zij Taiwan beschouwen als een provincie van China), lag vooral de voorgenomen aanwezigheid in de delegatie van twee politici uit de regeringscoalitie bijzonder gevoelig.

Wie zich verdiept in de geschiedenis van China en Taiwan, begrijpt al snel waarom deze kwestie de diplomatieke gemoederen bezig houdt. Taiwan bestaat uit een groep eilanden waarvan het grootste eiland zelf ook de naam Taiwan draagt. In de 17e eeuw was dit gebied korte tijd in Nederlandse handen, maar vanaf 1662 (ten tijde van de Qing dynastie in China) was het eilandenrijk weer een provincie van China. Dit duurde tot 1885, toen het gebied werd veroverd door Japan. In 1945, na de tweede wereldoorlog, viel het gebied weer in Chinese handen. 

In die tijd woedde in China een burgeroorlog tussen de communisten van Mao en de nationalisten met hun leider Chiang-Kai-shek. Toen de communisten zegevierden op het vasteland, namen de nationalisten de wijk naar Taiwan. Chiang-Kai-shek stak met ca. twee miljoen aanhangers de zee over vanuit China naar Taiwan en was van plan van daaruit de republiek China te heroveren. Zodoende werd in 1949 de onafhankelijke staat Taiwan gevestigd. Deze staat wordt echter officieel slechts door enkele landen erkend. 

Zo ontstond er een verwarrende situatie. Taiwan noemt zichzelf “the Republic of China” terwijl China zelf te boek staat als “the People’s Republic of China”. Beide landen streven dus naar de hegemonie over het totale Chinese grondgebied. Het zal duidelijk zijn dat China met ca. 1,3 miljard inwoners, een sterkere partij is dan Taiwan dat slechts ca. 23 miljoen inwoners telt. De meeste politieke analisten verwachten dan ook dat China vroeg of laat Taiwan weer zal inlijven, net zoals dit tien jaar geleden met het voorheen onder de Britse kroon vallende Hong Kong is gebeurd. 

Nu terug naar Suriname. Sinds de jaren tachtig is er een bijzondere relatie tussen Suriname en China. Op tal van gebieden wordt samengewerkt, China ondersteunt de Surinaamse regering financieel met enkele grote projecten en de laatste tijd hebben veel Chinese bedrijven zich gevestigd in Suriname (waaronder ook een groot aantal supermarkten). Niet iedereen in Suriname is blij met deze invasie van (goedkope) Chinese arbeidskrachten, maar aan de andere kant zijn er voor Suriname veel economische voordelen verbonden aan de onderlinge samenwerking. Dit is dan ook de belangrijkste reden dat de Surinaamse regering al vele jaren het One China beleid ondersteunt. Recentelijk kwamen echter uit Taiwanese hoek tamelijk spectaculaire voorstellen. Zo zou volgens de vriendschapsvereniging, Taiwan bereid zijn om meer dan één miljard US dollar aan ontwikkelingshulp te besteden in Suriname. 

Vraag is natuurlijk in hoeverre we dit aanbod van Taiwan helemaal serieus moeten nemen. In eerste instantie klinkt het nét iets te mooi om waar te zijn. Het wekt ook enige bevreemding, dat Taiwan geen officiële voorstellen aan de Surinaamse regering doet, maar wel via een vriendschapsvereniging een semi-officiële delegatie uitnodigt.  Het standpunt van de ABOP luidt vooralsnog, dat de regering zorgvuldig eventuele serieuze voorstellen van Taiwan kan bestuderen, maar ondertussen willen wij ons houden aan het One China beleid. Daardoor toont Suriname aan dat het een betrouwbare partner is. Verder zal de komende tijd door de ABOP bestudeerd worden, hoe met name de ontwikkeling van het binnenland het beste vorm kan worden gegeven in de samenwerking met onze Aziatische broeders.

 

19 juni 2007

Minister Felisi bij conferentie in Amsterdam

A-Combinatie minister Michel Felisi van Regionale Ontwikkeling, woonde in juni 2007 een conferentie bij in Amsterdam, waar hij ook het openingswoord sprak. Deze conferentie werd georganiseerd door de Marron Stichting Dufuni en had als titel: "Eén jaar na de watersnoodramp in Suriname - van noodhulp naar duurzame ontwikkeling". De conferentie werd o.a. bijgewoond door CDA parlementariër Kathleen Ferrier en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen.

In 2006 werd het binnenland van Suriname getroffen door een grote watersnoodramp. Door hevige regenval traden de rivieren Suriname, Lawa en Tapanahony op 6 mei 2006 buiten hun oevers. Het gevolg was dat ca. 37.000 binnenlandbewoners al hun bezittingen verloren. Vrij snel werden zowel in Suriname als in Nederland hulpacties opgezet, zoals het bekende  "Doekoe voor Suriname". Ook de regeringen van o.a. Venezuela en Nederland doneerden hulp.  Inmiddels is echter gebleken, dat de wederopbouw van de getroffen gebieden ernstig stagneert.

Minister Felisi wees erop dat de noodhulp direct door de Surinaamse overheid uitgevoerd werd, maar dat voor de structurele wederopbouw een beroep wordt gedaan op zogenaamde NGO's (Non Governmental Organisations). Deze NGO's kennen een ingewikkelde bureaucratie. Daarnaast is het zo dat ook de donoren zoals Nederland,  soms complexe eisen stellen aan de besteding van de gelden. Daarbij speelt de Surinaamse overheid dan weer een co-ordinerende rol. De besteding van de ontwikkelingshulp is daarmee dermate complex en bureaucratisch geworden, dat er kennelijk weinig meer van terecht komt. Minister Felisi wees er wel op, dat de NGO's ook veel goed werk doen in Suriname.

Uiteraard prijzen wij de grootmoedigheid van de minister in deze. Maar tegelijkertijd constateren wij, dat het absoluut niet acceptabel is dat de wederopbouw niet op gang komt door deze complexe bureaucratie van de ontwikkelingshulp. Hiervoor moet zo snel mogelijk een oplossing worden gezocht en desnoods moet de ontwikkelingshulp maar weer door de Surinaamse overheid zelf uitgevoerd worden in plaats van door de NGO's. Wij gaan ervan uit dat de fractie van de A-Combinatie deze zaak goed zal volgen en er in de Nationale Assemblee op aan zal dringen dat de wederopbouw van de getroffen gebieden zo snel mogelijk op gang komt!

 

27 mei 2007

Nieuwe TCT minister maakt goede start

Onze partijgenote Mr. Richel Apinsa is 15 mei 2007 beëdigd als Minister van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) door President Drs. Ronald Venetiaan. De nieuwe minister is bekend met het werkterrein van haar ministerie, aangezien zij al in de periode 1991 tot 1996 daar gewerkt heeft als juridisch medewerker. Later vervolgde zij haar loopbaan als juridisch adviseur op het departement van Justitie & Politie.

De nieuwe minister maakte een goede indruk op alle betrokkenen. Zoals de President aangaf in zijn toespraak, is het ministerie van TCT van groot belang voor de economische ontwikkeling van Suriname. Daarbij staan er grote uitdagingen voor de deur, zoals de verdere liberalisatie van de telecom- en luchtvaartsector en de bouw van de Cruise Toerisme Terminal.  

Mr. Richel Apinsa

In haar toespraak gaf Richel Apinsa aan dat het departement TCT enorm belangrijk is voor het creëren van een omgeving van groei van de economie. De drie sectoren Transport, Communicatie en Toerisme vullen elkaar aan en dragen bij dat ons land geheel ontsloten wordt, hetgeen automatisch leidt tot een evenwichtige ontwikkeling. Met de internationale ontwikkelingen op deze gebieden moeten er ook ter dege rekening gehouden worden om niet verder achter te geraken als ontwikkelingsland. De minister gaf aan dat zij van plan is, om daar waar nodig het tempo op te voeren om zaken te realiseren. 

Hierbij spreken wij ons vertrouwen uit in onze nieuwe minister en roepen alle partijgenoten op, om haar alle mogelijke ondersteuning te geven bij het uitoefenen van haar nieuwe job!

 

15 mei 2007

Investeringen in Suriname dalen

In mei 2007 verscheen er een zorgelijk bericht in De Ware Tijd. Volgens de ECLAC (Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied) is er een sterk dalende trend van buitenlandse directe investeringen in Suriname. Als enig Caribisch land haalde Suriname vorig jaar een negatief resultaat op het vlak van buitenlandse directe investeringen, namelijk  -144 miljoen US dollar, een absoluut dieptepunt in de afgelopen vijftien jaar. In 2005 liep Suriname 37 miljoen dollar mis aan investeringen.

Volgens de Commissie heeft Suriname van alle bestudeerde landen in de regio het minste kapitaal kunnen aantrekken. Tussen 1992 en 1996 ging al 27 miljoen dollar aan het land voorbij. In de periode 1997 en 2001 liep dit op naar 47 miljoen om in de daaropvolgende vier jaar verder te kelderen naar 74 miljoen dollar. Trinidad & Tobago daarentegen, zag de externe investeringen meer dan verdubbelen in vijftien jaar en wel van 346 naar 883 miljoen dollar, terwijl Jamaica vrijwel het viervoudige binnenhaalde: van 136 naar 621 miljoen dollar, aldus De Ware Tijd.

Hieruit blijkt, dat de overvloed aan bureaucratische regelgeving in Suriname een negatieve invloed heeft op de economische ontwikkeling. Natuurlijk moet er altijd kritisch gekeken worden naar buitenlandse investeerders. Dit moeten bonafide bedrijven zijn die respect tonen voor de Surinaamse bevolking. Ook mogen zij geen roofbouw plegen op de natuur. Maar het mag natuurlijk niet zo zijn, dat ook de goede buitenlandse bedrijven weggejaagd worden door een woud aan regelgeving. En dat lijkt nu het geval te zijn. 

Uiteindelijk hebben ook de Surinaamse ondernemingen baat bij een toename van de buitenlandse investeringen.  Zij kunnen dan opbloeien als partners in joint-ventures of als leveranciers. En tevens is het gunstig voor de koopkracht van de Surinaamse burgers, als meer bedrijven zich vestigen in Suriname. De regering moet er daarom dringend werk van maken, dat deze barrières worden geslecht. Ook moet de regering pro-actief buitenlandse bedrijven benaderen, van welke de komst naar Suriname een gunstig effect zou hebben. Hiertoe zou de regering bijvoorbeeld Foreign Investment Centers op kunnen zetten in belangrijke landen, zoals de V.S., China en ook in de Benelux. 

Laten we er met z'n allen naar streven, het beleid om te buigen zodat Suriname binnen enkele jaren zal opstomen tot koploper op dit lijstje van Zuid Amerikaanse landen, met een hoge score op het vlak van buitenlandse investeringen!

 

 

 

Google


 






 

 

 



email:
webmaster@abop-suriname.net



 

©2007 ABOP - Column 

Design downloaded from FreeWebTemplates.com
Free web design, web templates, web layouts, and website resources!